Stadsarchief
Archeologie
Monumenten

De vele monumenten in de stad geven Delft zijn historische uitstraling. Delft is daar trots en zuinig op. Monumenten blijven het best bewaard als ze worden gebruikt. Eigenaren kunnen zelf veel doen om hun monumentale pand comfortabel te maken, minder energie te gebruiken en dus te verduurzamen. Daarmee blijft het pand beter bewaard voor de toekomst. Advies van een specialist is daarbij vaak nodig. Bas de Bont is adviseur monumenten bij de gemeente Delft. Hij heeft daarnaast jarenlange ervaring als bouwfysisch adviseur met verduurzaming. Als adviseur monumenten houdt hij zich daarom vrijwel dagelijks bezig met vragen over verduurzaming van monumenten.

Delft heeft meer dan 1500 beschermde monumenten, waarvan ongeveer de helft gemeentelijk monument en de helft rijksmonument. Rijksmonumenten worden door de minister aangewezen, waarbij nationaal belang leidend is. Gemeentelijke monumenten worden door de gemeente aangewezen en beschermd. Ze zijn van belang voor de identiteit van de stad. Alle monumenten en de vier beschermde stadsgezichten staan op de cultuurhistorische waardenkaart. Die vind je op de website van de gemeente (www.delft.nl/wonen/monumenten/monumenten-delft). Zo is het altijd Open Monumentendag achter je beeldscherm.

Monumenten moeten behouden worden en doorgegeven worden aan volgende generaties. Om de gebouwen voor de toekomst te bewaren kunnen we ze het best goed gebruiken door er in te wonen of te werken. Door de eeuwen heen hebben we monumentale panden aangepast. Zo zijn in het verleden monumentale panden voorzien van elektra en centrale verwarming. Om deze panden op verantwoorde wijze te blijven gebruiken, zullen ze tegenwoordig ook moeten worden verduurzaamd. Wat betekent dit in de monumentenzorg? Bas de Bont: ‘Verduurzaming richt zich voornamelijk op efficiënt energiegebruik en duurzaam materiaalgebruik, maar bij monumenten staat voorop dat de monumentale waarde ook behouden blijft.’

Vouwblinden

Oude panden hebben vaak kleinere ruimtes. Door deuren te sluiten en alleen kamers te verwarmen die worden gebruikt, bespaar je veel energie. In monumentale panden zijn vaak oude elementen achtergebleven die nog heel functioneel zijn. Sluit de tussendeuren bij kamers en suite. Gebruik de vouwblinden (ook wel ‘binnenluiken’ genoemd) om kou buiten en warmte binnen te houden. Met dikke gordijnen kan dat ook. Dit geldt ook voor panden waar het niet mogelijk is om isolerende aanpassingen te doen. In de vensters van Oude Delft 241 bijvoorbeeld zou het vervangen van de beglazing de monumentale waarde schaden. Dan kan de bewoners dus gebruikmaken van de oude vouwblinden die nog aanwezig zijn.

Oude Delft 241 glas 2Oude Delft 241 glas 3

Isoleren

Bij de isolatie van monumentale panden moeten de maatregelen uiteraard niet het historische karakter en materiaal van het gebouw aantasten. Bij niet-geïsoleerde woningen is de meeste winst te behalen met het isoleren van het dak, daarna het glas, vervolgens dichte delen van de gevels en ten slotte de vloer.

Een dak en dichte geveldelen kun je aan de buiten- of binnenzijde isoleren en soms in de spouw. De mogelijkheden zijn afhankelijk van de bestaande situatie. Bij de Hertog Govertkade 13 bijvoorbeeld wordt de bestaande afwerking van de zijgevel vervangen. Op de zijmuur is een houten betimmering aangebracht, die niet in het oorspronkelijke ontwerp hoort. Deze betimmering heeft geen monumentale waarde. Na isolatie wordt de gevel dan ook niet meer met hout bekleed maar netjes gestuct.

130221 Hertog Govertkade  in1981

Bij isoleren dient altijd gelet te worden op de vochthuishouding na isolatie. Verkeerd isoleren tast de bestaande constructies aan en veroorzaakt schade. Bas de Bont: ‘Realiseer je ook dat kieren en gaten in de gevels bij veel monumenten er zijn voor ventilatie. Voordat al deze kieren worden gedicht, moet de ventilatie op orde zijn om een gezond binnenklimaat te garanderen.’

Glas in lood

Kozijnen en ramen zijn dikwijls monumentaal waardevolle onderdelen. Het plaatsen van isolatieglas, met eventueel behoud van de oorspronkelijke ramen en van glas-in-loodvensters is veelal mogelijk, maar vraagt wel om maatwerk. ‘Neem bijvoorbeeld Kanaalweg 1’, vertelt Bas de Bont. ‘De vensters hadden slechts enkel glas zonder monumentale waarde. Het is mogelijk dit te vervangen door dun isolerend glas. De dunne roeden konden deels teruggebracht worden of gereproduceerd. De ramen zijn geplaatst met een moderne variant van stopverf. Hiermee is de monumentale uitstraling maximaal bewaard.’

Ook het woonhuis op de Nieuwe Plantage 20 heeft glas in lood in de bovenlichten boven de schuiframen. Om het monumentale uiterlijk van het pand te behouden, wil Monumentenzorg bij voorkeur geen ruit voor het glas in lood aan de buitenzijde plaatsen. Bas de Bont: ‘Dat veroorzaakt wel eens uitdagingen omdat de ruimte aan de binnenzijde beperkt is als het schuifraam omhoog moet kunnen. Dat is hier het geval. Toch is het de architect gelukt een oplossing te vinden met profielen en kit. Hierdoor is het bovenlicht geïsoleerd en kan het schuifraam open.’

Duurzame energie

Bas de Bont: ‘We willen minder fossiele brandstof gebruiken. Daarom moeten we op zoek naar alternatieve manieren van verwarmen.’ Warmtepompen kunnen, mits ze voldoende warmte leveren, een goed alternatief bieden. Deze hebben wel een bron nodig; warmte-koude-opslag in de bodem is lang niet altijd mogelijk. Een alternatief is buitenlucht, maar dat vereist meestal een buitenunit die weer geluid maakt. Als stil alternatief kunnen PVT-zonnepanelen worden toegepast. Voor het gebruik van buitenunits en PVT-panelen binnen een beschermd stadsgezicht en bij monumenten is wel een vergunning nodig.

Je kunt zelf energie opwekken met zonnepanelen. Dat kan ook op monumentale panden. Uiteraard mogen we het historische beeld van de stad daarmee niet schaden. Daarom moeten zonnepanelen zoveel mogelijk niet zichtbaar geplaatst worden.

Hergebruik

Bouwwerkzaamheden voor vervangende nieuwbouw veroorzaken veel afval. Die afvalberg willen we verkleinen. Dat kan door bouwmateriaal opnieuw te gebruiken waar dat kan. Dat deden onze voorouders ook. Bakstenen, natuursteen, dakpannen, dakleien, balken, vloerdelen, tegels, kozijnen, deuren, haarden… Het is niet zo moeilijk om je voor te stellen dat die bij sloop of vervanging op andere plaatsen weer gebruikt kunnen worden. Ook nu is er nog handel in gebruikte bouwmaterialen.

Bas de Bont: ‘In de molenaarswoning naast molen De Roos bijvoorbeeld troffen de eigenaren tijdens verbouwingswerkzaamheden een plafondbalk aan met een bijzondere vorm. Nader onderzoek wees uit dat de balk afkomstig was uit een oliemolen die in de buurt van molen De Roos heeft gestaan. Die molen is in de achttiende eeuw afgebroken. De spil van de oliemolen werd plafondbalk in het nieuwe huis van de buren.’

Het ligt voor de hand dat materiaal dat in de omgeving is geproduceerd minder ver vervoerd hoeft te worden. Dat scheelt veel brandstof en veroorzaakt minder vervuiling door CO2-uitstoot. Over het algemeen kwam bouwmateriaal vroeger bij voorkeur uit de omgeving. Daarom zie je in onze omgeving meer baksteen dan natuursteen. En meer dakpannen dan dakleien. Lokaal kopen was goedkoper en zou dat nog steeds moeten zijn.

molen De Roos molenaarshuisje 2Molen De Roos molenaarshuisje oliemolen 2

Investeren

Het is de moeite waard om in monumenten te blijven investeren. Daardoor gaan ze nog langer mee, geheel in de geest van hun bouwers. Bas de Bont: ‘Wij kijken er niet van op als een nieuw gebouw na enkele tientallen jaren wordt gesloopt. Al het bouwmateriaal wordt dan vaak vernietigd. Zo keek men er in voorgaande eeuwen niet naar. Zij bouwden liefst solide gebouwen met een lange levensduur. Generaties na elkaar woonden en werkten in die gebouwen. Ze gebruikten daarom graag goed materiaal en dat loont uiteindelijk. Mede daardoor kunnen hun toenmalige gebouwen tegenwoordig als monumenten bewaard blijven. Kwam die levensduur toch ten einde, dan werden componenten, zoals houten balken en stenen, veelvuldig hergebruikt. Ook dat hergebruik zien we nu terug in bouwsporen.’

Zelf aan de slag

Hoe pak je het aan als eigenaar van een monument? Vraag informatie bij de gemeente. Wij hebben medewerkers in dienst die gespecialiseerd zijn in het onderhoud van monumenten. We adviseren u graag en weten ook of u een vergunning nodig heeft en helpen u bij de aanvraag. Het is aan te raden om een restauratie-architect te betrekken bij grootschalig herstelwerk. Er zijn subsidies en leningen beschikbaar voor het verduurzamen van monumenten. Meer informatie op www.delft.nl/wonen/monumenten.

 

Dit artikel verscheen eerder in Delf, cultuurhistorisch magazine, jaargang 24 #2.